Een brede rij witte watervallen die over met mos begroeide tufrichels in een heldere groene poel stort, onder dicht bos

Geologie

Watervallen van de Krka: alle zeven travertijnvallen en hoe ze ontstonden

Gepubliceerd 3 oktober 2026 · Feiten gecontroleerd

De watervallen van de Krka zijn zeven barrières van kalktuf, de poreuze kalksteen die ook travertijn heet, aaneengeregen langs de rivier de Krka in de Kroatische provincie Šibenik-Knin. Van de bovenloop naar beneden zijn het Bilušića buk, Brljan, Manojlovac, Rošnjak, Miljacka slap, Roški slap en Skradinski buk. Het park beschrijft de Krka als een rivier van ongeveer 72,5 km lang met een totaal verval van 224 m, en noemt de tufwatervallen haar kenmerkende verschijnsel. De hoogste is Manojlovac, met 59,6 m. De langste en bekendste is Skradinski buk, de laatste barrière voor de zee, waar het water over zeventien treden stroomt, verspreid over 800 m.

De meeste bezoekers zien er twee van de zeven. Bij Skradinski buk ligt het belangrijkste wandelpad van het park; Roški slap, verder stroomopwaarts, bereik je over de weg of met de parkboot. De andere vijf liggen in de bovenste kloof tussen Knin en Roški slap, en die zie je vanaf uitzichtpunten, vanaf korte paden of helemaal niet. Hieronder: hoe de watervallen zijn opgebouwd, hoe elk ervan eruitziet, waarom ze door het jaar veranderen en welke je kunt bereiken.

De zeven watervallen in één oogopslag

Het park bepaalt de plaats van elke waterval aan de hand van de afstand tot de bron van de rivier, aan de voet van de berg Dinara, 3,5 km ten noordoosten van Knin. De hoogtes zijn de eigen cijfers van het park.

WatervalVanaf de bronHoogteKun je hem zien?
Bilušića buk16 km22,4 mKort pad met een uitzichtpunt
Brljan19 km15,5 mUitzichtpunt langs de weg; droog in de warme maanden
Manojlovac19,5 km59,6 mUitzichtpunt en kort pad
Rošnjak20,5 km8,4 mAlleen van een afstand
Miljacka slap21,5 km23,8 mNiet geschikt voor bezoek
Roški slap35,5 km25,5 mPad, watermolens, weg en boot
Skradinski buk49 km45,7 m in totaalHet belangrijkste wandelpad

Vijf van de zeven liggen dicht opeen op een paar kilometer van de bovenste kloof; de laatste twee liggen verder stroomafwaarts uit elkaar, met lange, meerachtige stukken ertussen. Bekendheid volgt de hoogte niet: Manojlovac is verreweg de hoogste, maar het is Skradinski buk, lager en veel langer, dat op de affiches staat.

Wat kalktuf is

Het park omschrijft kalktuf als calciumcarbonaat dat zich in rivieren vormt wanneer mineralen uit het water neerslaan op oppervlakken. Karstgebied is daar ideaal voor: regen- en grondwater lossen de kalksteen op, zodat de Krka veel opgelost calciumbicarbonaat meevoert. Waar het water in beroering komt, op stroomversnellingen en overstroomde zijarmen, komt door het spatten koolstofdioxide vrij, slaat het chemische evenwicht om en kristalliseert calciet uit als piepkleine kristallen op alles wat onder het oppervlak ligt.

Het park somt de voorwaarden op die kalktuf nodig heeft:

  • Hard water: oververzadigd met calciumcarbonaat, met een carbonaathardheid van meer dan 3 HD.
  • Schoon water: minder dan 10 mg/L organische koolstof.
  • Basisch water: een pH hoger dan 8.
  • Warmte en beweging: hogere temperaturen en een stroomsnelheid van 0,5 tot 3,5 m/s versnellen het proces.

De levende bouwers

Kristallen alleen zouden wegspoelen. Eerst koloniseren bacteriën de oppervlakken onder water, daarna volgen algen, en volgens het park begint de afzetting op mossen, waar microkristallen van calciet blijven kleven aan de afscheidingen van cyanobacteriën en kiezelwieren. Korreltjes kalksteen en stukjes schelp hechten zich eraan en worden kernen voor nog meer calciet. Mossen als Cinclidotus aquaticus en Palustriella commutata doen op de Krka een groot deel van dit werk.

De vormen hangen af van waar het water heen gaat. Drempels en barrières ontstaan aan de voet van stroomversnellingen, gordijnen en consoles waar water langs een verticale wand naar beneden stort, en richels, groeven en buizen waar een grote hoeveelheid water omlaag dendert. Elke waterval van de Krka combineert deze vormen, en daarom lijkt er geen een op een ander.

Jonge watervallen in een oude kloof

De kloof is veel ouder dan haar watervallen. Volgens de geologiepagina’s van het park heeft de rivier haar in één fase uitgesleten, en daarom vertonen de wanden geen rivierterrassen. Dat gebeurde tijdens het koude Würm-stadium, tussen 40.000 en 170.000 jaar geleden, toen de zeespiegel veel lager stond. De oude loop is nog te volgen tot aan het eiland Zlarin, voor de kust van Šibenik.

Toen het ijs smolt, kwam de zee terug. Ongeveer 18.000 jaar geleden steeg de zeespiegel volgens het park met 120 tot 125 m, waardoor het onderste deel van de kloof onderliep. Tegenwoordig begint het estuarium van de Krka onder Skradinski buk en loopt het iets meer dan 22 km naar het zuiden, tot aan de vesting Sint-Nicolaas; het park telt daarboven 49 km zoetwaterrivier.

Het kalktuf kwam als laatste. De vorming ervan begon in het pleistoceen, en fossiel tuf uit die tijd ligt tot 20 m boven de huidige rivierbedding. Het meeste tuf op de watervallen van nu is jonger dan 10.000 jaar. Toen het klimaat na de laatste ijstijd warmer werd, begonnen Skradinski buk, Roški slap en de andere watervallen te groeien; ze damden de rivier af en vormden het meer van Visovac. In de woorden van het park zijn de watervallen de jongste landvormen in de kloof, en ze groeien nog steeds: overal langs de rivier vormt zich nieuw tuf, dat de watervallen van de toekomst opbouwt.

Skradinski buk: de langste barrière

Skradinski buk is de zevende en laatste barrière, op 49 km van de bron en 13 km onder Roški slap. Het samengevoegde water van de Krka en haar belangrijkste zijrivier, de Čikola, stroomt over zeventien treden, verspreid over 800 m, tussen 200 en 400 m breed, met een totaal hoogteverschil van 45,7 m. Het park noemt het de langste tufbarrière van Europa.

Het bovenste deel is een doolhof van meertjes, stroompjes en eilandjes; het onderste deel heeft hoge barrières die steeds verder uitgroeien tot nieuwe richels, grotten en overhangen, met mossen die gordijnen bouwen op de verticale wanden. De barrière heeft ook de rivier erboven gevormd: ze stuwde het water op tot een meerachtig stuk van 13 km lang en zette de laatste drie kilometer van de Čikola onder water. Bij de samenvloeiing ligt Kalički busen, zelf een tufbarrière van 700 m lang en maar 10 m breed, waar de boten naar Visovac langs varen.

De watermolens en waspalen rond de watervallen zijn gerestaureerd, en het kerkje van Sint-Nicolaas is volgens het park helemaal van kalktuf gebouwd. Een rondpad van 1.900 m leidt rond de watervallen; onze gids over tickets en paden behandelt de route en de regels. Zwemmen bij Skradinski buk is niet toegestaan.

Roški slap en de “Halskettingen”

Roški slap, de zesde waterval, ligt op 35,5 km van de bron en dankt zijn naam aan de heuvelburcht Rog. De watervalpagina van het park beschrijft een barrière van 25,5 m hoog en 650 m lang; de bezoekerspagina beschrijft een hoofdval van 22,5 m hoog te midden van talloze zijarmen, cascades en tufeilandjes.

De barrière begint met een reeks kleine cascades die de bewoners de “Halskettingen” noemden. De hoogste val, aan het einde, waaiert als een trechter uit in het meer van Visovac. Al sinds de Romeinse tijd steekt hier een weg de rivier over, gerestaureerde watermolens staan langs de linkeroever, en drie restaurants zijn nog altijd in handen van de families van de molenaars. Een rondpad van 1.360 m loopt over de “Halskettingen”, en 517 houten treden klimmen naar de grot Oziđana pećina, waar de brochure menselijke aanwezigheid van 6000 tot 1500 v.Chr. vermeldt.

De brochure noemt Roški slap de op een na best bezochte waterval van de Krka. Het is er rustiger dan bij Skradinski buk; onze gids over boottochten op de Krka vergelijkt de manieren om er over het water te komen.

Miljacka slap, waar de Zrmanja ondergronds instroomt

Stroomopwaarts, voorbij een lange, smalle kloof, ligt een cluster van vijf watervallen. De laagste, Miljacka slap, ligt op 21,5 km van de bron, is 23,8 m hoog en 50 tot 60 m breed, en bestaat uit drie grote tuftreden en veel kleine.

De echte eigenaardigheid is onzichtbaar. Hier komt water van een andere rivier, de Zrmanja, via de bron Miljacka in de Krka terecht, een rechtstreekse verbinding die het park een uniek hydrogeologisch verschijnsel noemt. Vlakbij biedt Miljacka II, de grootste grot in het park, onderdak aan de olm en aan langvingervleermuizen; de brochure spreekt van de grootste kolonie van die vleermuis in Europa. Onder de watervallen staat de centrale Miljacka, die volgens het park tot 1910 de krachtigste van Europa was. De waterval zelf is niet geschikt voor bezoek.

Rošnjak, het “Altaar”

Een kilometer hoger, op 20,5 km van de bron, ligt Rošnjak, de bescheidenste waterval van de rivier: 8,4 m hoog en 40 m breed, één enkele barrière die de bewoners het “Altaar” noemden. Hij ligt verscholen in een kloof van tweehonderd meter diep, en het is de enige waterval van de Krka waar nooit molens zijn gebouwd, omdat niemand er kon komen. Je kunt hem alleen van een afstand zien.

Manojlovac: de hoogste

Op 19,5 km van de bron ligt de waterval die het park de hoogste en indrukwekkendste van de Krka noemt. Manojlovac is 59,6 m hoog, 500 m lang en 80 tot 100 m breed, een reeks tufbarrières. De laatste en hoogste, 32,2 m hoog, staat waar de rivier scherp afbuigt van noordwest naar zuidoost. Er hangen lange baarden van mos aan, en de kloofwanden bieden beschutting aan venushaar, een zeldzaam relict uit het tertiair.

Er is wel een addertje onder het gras. In de warme helft van het jaar stroomt er weinig water over Manojlovac, omdat het wordt afgetapt voor het stuwmeer van de centrale Miljacka, dus de waterval is op zijn mooist in de nattere maanden.

Keizer Frans Jozef I bewonderde hem in 1875, en een inscriptie die bij het uitzichtpunt in de rots is uitgehakt, herinnert aan dat bezoek. De brochure situeert de watervallen op een paar honderd meter van de archeologische vindplaats Burnum aan de weg van Knin naar Kistanje, met een parkeerplaats en een pad van 360 m naar het uitzichtpunt. In oktober 2026 meldde de homepage van het park dat Burnum gesloten was voor conserveringswerkzaamheden, dus check dat voordat je erheen rijdt.

Brljan en Bilušića buk: de bovenste watervallen

Brljan, op 19 km van de bron, is 15,5 m hoog, 300 m lang en 180 m breed. Geen andere waterval is zo door mensen veranderd: in 1936 werd er een mijnwerkersweg overheen aangelegd, en een stuwdam die begin twintigste eeuw voor de centrale Miljacka werd gebouwd, veranderde hem het meest. Volgens de pagina van het park over het uitzichtpunt staat de waterval nu in de warme helft van het jaar droog, onder een meer van 400 m breed en 1.300 m lang. Het uitzichtpunt ligt boven aan de haarspeldweg op de rechteroever, dicht bij Burnum, het Romeinse legerkamp dat in de eerste eeuw na Christus werd gebouwd om de rivierovergang te bewaken.

Bilušića buk is de allereerste waterval, op 16 km van de bron: 22,4 m hoog, 300 m lang en zo’n 100 m breed. Anders dan Brljan en Manojlovac stroomt hij het hele jaar op volle kracht, waarbij de hele rivier over slechts twee tuftreden stort. Hij ligt 9 km stroomafwaarts van Knin en is bereikbaar via een pad van 300 m naar een uitzichtpunt.

Waarom de watervallen per seizoen veranderen

Een tufwaterval is maar zo mooi als het water dat eroverheen stroomt, en het debiet van de Krka schommelt sterk. Het stroomgebied krijgt ongeveer 1.250 mm regen per jaar, het meeste in de winter, terwijl de zomers erg droog zijn; een derde van de jaarlijkse neerslag valt tussen oktober en december.

De cijfers van het park:

  • Waterstand: het hoogst in november en maart, het laagst in augustus.
  • Gemiddeld debiet: 12 m³/s bij de bron en 55 m³/s bij Skradinski buk.
  • Het record: 481 m³/s op 24 december 1982.

In de praktijk betekent dat:

  • Laat in de zomer is het dieptepunt. Brljan valt droog en Manojlovac wordt dunner, en het park merkt op dat de bezoekersaantallen dan het hoogst zijn.
  • De winter is volgens het park het seizoen waarin de overvloed aan water op de voorgrond staat en de vormen van het tuf het best te zien zijn.
  • De lente en de herfst combineren veel water met aangename temperaturen. In Šibenik is het gemiddeld ongeveer 7 °C in januari en 25 °C in juli.

Wil je de watervallen vooral op volle kracht zien, mik dan op de lente of het late najaar, en check de dienstregelingen van boten en bussen voor jouw data, want verschillende diensten liggen in de winter stil.

Watervallen die een stad verlichtten

Op 28 augustus 1895 ging de centrale Krka bij Skradinski buk in bedrijf, twee dagen na de eerste centrale aan de Niagara. Tegelijk werden een hoogspanningslijn van 11 km en een verlichtingsnet aangelegd, wat het park het eerste complete elektriciteitssysteem in Kroatië noemt, en het was een van de eerste centrales ter wereld die wisselstroom leverde om een stad te verlichten: Šibenik.

Tussen 1895 en 1911 werden vier centrales gebouwd: Krka en Jaruga II (1904) bij Skradinski buk, Miljacka (1907) en Roški slap, die het park op de ene pagina in 1910 dateert en op een andere in 1911. Drie ervan produceren nog altijd stroom; de oorspronkelijke centrale Krka is bewaard als beschermde ruïne. De prijs van die stroom zie je stroomopwaarts, aan de droge zomerse aanblik van Brljan en het dunne straaltje over Manojlovac.

Het kalktuf beschermen

Het park benadrukt dat kalktuf heel gevoelig is voor vervuiling en voor elke toename van organisch materiaal. Vroeger werd het als bouwsteen gewonnen; sinds het park werd ingesteld, is het streng beschermd. In Šibenik ligt een overlevende: een stuk kalktuf uit de Krka dat in een fontein voor de kerk Gospa van Grada werd gelegd, bleef groeien en is nu een aantal keer zo groot als oorspronkelijk.

Voor bezoekers zijn de regels kort:

  • Niet zwemmen bij Skradinski buk. Zwemmen mag alleen in aangewezen zones bij Roški slap, Stinice en Pisak, van 1 juni tot 30 september, afhankelijk van het weer en de waterstand.
  • Niet springen van de watervallen of de bruggen, en geen kano’s of kajaks.
  • Blijf op de paden die voor bezoekers zijn ingericht.

De watervallen op één dag zien

Met het dagticket mag je op dezelfde dag elke landlocatie één keer bezoeken, dus met een auto zie je de meeste watervallen op één lange dag. De boten van het park varen in etappes, omdat de barrières de rivier blokkeren: van Skradin naar Skradinski buk, en vandaar verder naar Visovac en Roški slap.

Een logische volgorde vanaf de kust:

  • Skradinski buk eerst, zolang het nog rustig is; onze gids over de reis naar Krka legt de ingangen Lozovac en Skradin uit.
  • Roški slap over de weg of met de parkboot, met het pad over de “Halskettingen”.
  • Manojlovac en Brljan vanaf hun uitzichtpunten bij Burnum, als het seizoen goed is.
  • Bilušića buk als laatste, bij Knin, voor de waterval die het hele jaar vol stroomt.

Zonder auto ligt het kloostereiland Visovac op de bootroute tussen Skradinski buk en Roški slap, en onze vergelijking van Krka en Plitvice zet deze watervallen naast het andere tufpark van Kroatië.

Veelgestelde vragen

Hoeveel watervallen zijn er in Nationaal Park Krka?

Zeven: Bilušića buk, Brljan, Manojlovac, Rošnjak, Miljacka slap, Roški slap en Skradinski buk, allemaal tufbarrières die de rivier zelf heeft gebouwd. De meeste bezoekers zien alleen Skradinski buk en Roški slap.

Wat is de grootste waterval van Krka?

Manojlovac is de hoogste, met 59,6 m. Skradinski buk is de langste: zeventien treden over 800 m met een totaal verval van 45,7 m, die het park de langste tufbarrière van Europa noemt.

Mag je zwemmen bij de watervallen van de Krka?

Niet bij Skradinski buk. Zwemmen mag alleen in aangewezen zones bij Roški slap, Stinice en Pisak, van 1 juni tot 30 september, afhankelijk van het weer en de waterstand. Check de actuele regels voordat je gaat.

Wanneer voeren de watervallen van de Krka het meeste water?

Het park meet de hoogste waterstanden in november en maart en de laagste in augustus. Brljan valt in de warme maanden droog en Manojlovac wordt dan dunner, terwijl Bilušića buk het hele jaar stroomt.

Is kalktuf hetzelfde als travertijn?

Ja. Het park gebruikt beide namen voor calciumcarbonaat dat uit rivierwater wordt afgezet op mossen, algen en andere oppervlakken. Het is zacht en poreus, en daarom veranderen de watervallen voortdurend van vorm terwijl ze groeien.